De werkgever met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat kan voor de volgende gerechten worden opgeroepen:
1. voor de gerechten van de lidstaat waar hij woonplaats heeft, of
2. in een andere lidstaat:
voor het gerecht van de plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt of voor het gerecht van de laatste plaats waar hij gewoonlijk heeft gewerkt, of
wanneer de werknemer niet in eenzelfde land gewoonlijk werkt of heeft gewerkt, voor het gerecht van de plaats waar zich de vestiging bevindt of bevond die de werknemer in dienst heeft genomen.
25. De eerste rechter houdt voor de toepassing van artikel 19, 2., a) enkel rekening met de laatste plaats van tewerkstelling en gaat zodoende voorbij aan het onderzoek of dit de plaats van gewoonlijke tewerkstelling was.
Aangenomen wordt dat een tijdelijke detachering naar een ander land niet leidt tot een gewoonlijke tewerkstelling (I. Couwenbergh, “EEX-Vo Art. 18-21” in X, Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar, 20, nr. 34; L. Eliaerts, o.c., 914, die terecht verwijst naar de parallel met art. 8, 2. Rome I-Verordening, waarin uitdrukkelijk wordt aangegeven dat bij tijdelijke tewerkstelling het oorspronkelijke land van gewoonlijke tewerkstelling niet wordt gewijzigd).
(V.d.B.S. / @ en C.C.S. SARL - Rolnr.: 2013/AB/998)
(…)
I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
1. De vennootschap naar Frans recht SARL @ (hierna aangeduid als @) en de heer S. V.d.B. ondertekenen een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, waardoor de heer V.d.B. met ingang van 1 september 2010 wordt aangeworven als technieker, welke functie hij uitoefende in Frankrijk, (…) of bij het cliënteel van de vennootschap (art. 3 en 6 van de overeenkomst).
Van Strijthem, D. en Van Ingelgem, M., « Belgische arbeidsgerechten altijd bevoegd? Belgisch arbeidsrecht steeds van toepassing? », R.A.B.G., 2016/3, p. 198-205