De boedelbeschrijving die wordt opgesteld met het oog op de vereffening en verdeling van een gemeenschap, heeft tot doel de inventaris van de boedel vast te stellen. De partijen bij de boedelbeschrijving hebben de verplichting elk goed aan te geven waarvan het bestaan onbekend zou kunnen blijven en dat een invloed kan hebben op de samenstelling van de boedel.
Onder verduistering, in de zin van artikel 1183, 11° Gerechtelijk Wetboek, moet worden verstaan iedere daad of iedere nalatigheid die ertoe strekt een goed te onttrekken aan de boedel van de gemeenschap. De eed die bij de boedelbeschrijving wordt afgelegd, heeft aldus betrekking op de vermeldingen die nuttig zijn voor het vaststellen van de omvang van de boedel.
Er is geen verduistering als bedoeld bij artikel 1183, 11° Gerechtelijk Wetboek, wanneer diegene die het bestaan van een rekening aangeeft, de stand ervan niet vermeldt op voorwaarde dat daardoor geen tegoeden worden onttrokken aan de boedel. De rechter oordeelt hierover onaantastbaar.
(L.G. / A M.L.T.F. - Rolnr.: P.15.1077.N)
I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 juni 2015.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.
• Reniers, A., « Over de actieve informatie- en meldingsplicht van iedere deelgenoot in een procedure van vereffening en verdeling », R.A.B.G., 2017/14, p. 1136-1138
• F. Debucquoy, “Het bewijs van het bedrieglijk opzet van het burgerlijk misdrijf van erfverduistering: enkele aspecten van rechtsbescherming. Burgerlijke heling als 'criminal charge'”, T.Not. 2014, p. 77-93, nr. 2.