Krachtens art. 1514 Ger.W. moet de dagvaarding tot revindicatie de ondubbelzinnige bewijzen van eigendom (op het ogenblik van het beslag) bevatten, en dit op straffe van nietigheid. Deze bewijzen moeten voldoende precies worden opgegeven teneinde de beslagleggende schuldeiser meteen in de gelegenheid te stellen de bedoelde revindicatie te beoordelen. De opgave van de bewijzen van eigendom slaat op de rechtsfeiten en/of de rechtsbehandelingen die het eigendomsrecht in zich sluiten en op de bewijsmiddelen dienaangaande.
Bewijzen van eigendom die niet in de dagvaarding tot revindicatie voorkomen, kunnen in beginsel niet meer worden aangewend. Aanvullende bewijzen van eigendom zijn wel mogelijk (E. Dirix en K. Broeckx, Beslag in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 416-417, nr. 652).
Wanneer de revindicatieprocedure met bedoeling de schuldeiser te frustreren, de tenuitvoerlegging te dwarsbomen en aldus de procedure onrechtmatog, kennelijk vertragend , tergend en roekeloos handelt kan de revindicant veroordeeld worden tot een schadevergoeding en tot een burgerlijke geldboete.
...
II. De vorderingen